Ik ben een AI-hater
Ik ben een AI-hater. Dat is blijkbaar onbeleefd, maar het kan me niet schelen, want ik ben een hater.
Om beleefd over AI te praten, dien je je kritiek te voorzien van disclaimers: o, natuurlijk ben ik er niet helemaal tegen; misschien over een aantal jaar wanneer; misschien voor andere doeleinden, maar. Je hoort te discussiëren over hoe en wanneer het gebruikt zou moeten worden. Je wordt verwacht het als vanzelfsprekend te beschouwen dat het ooit wel eens ergens voor iemand, voor iets nuttig moet zijn. Rijke, slimme en gerespecteerde mensen zeggen dat, en het zou toch wel arrogant zijn om het met zulke mensen oneens te zijn.
Maar ik ben een hater, en dat is een soort van integriteit. Het wil zeggen dat ik bereid ben om het met om het even wie oneens te zijn, zelfs als dat onbeleefd is. “Maar ik gebruik het alleen maar om–” “Eigenlijk, als je gewoon–” “De nieuwe modellen–” “Ik deed het maar voor de lol–” Stop. Je maakt jezelf belachelijk. Ik schaam me voor je.
Critici hebben al uitvoerig geschreven over de schade die AI aan het milieu veroorzaakt, over hoe AI vooroordelen versterkt en racistische uitvoer genereert, over de cognitieve schade en door AI ondersteunde zelfmoorden, de problemen met toestemming en auteursrecht, de manier waarop de AI-techbedrijven de patronen van het rijk versterken, over hoe het oplichterij is die fraude, desinformatie, intimidatie en overwaking mogelijk maakt, over hoe werknemers uitgebuit worden, als excuus om werknemers te ontslaan en de vaardigheden uit het werk te halen, over hoe AI eigenlijk helemaal niet nadenkt en waarschijnlijkheid en verband ontoereikend zijn voor het doel van intelligentie, hoe mensen denken dat het hun sneller maakt terwijl het hun juist vertraagt, hoe het per definitie middelmatig en fundamenteel conservatief is, hoe het ten gronde een fascistische technologie is die geworteld is in de overheersingsideologie, niet gedefinieerd door zijn technische functies maar door zijn politieke.
Maar ik ben meer dan een criticus: ik ben een hater. Ik ben hier niet om een zorgvuldig en omvattend betoog te houden, want anderen hebben dat al gedaan. Als je slop pusht of slikt, zou je het toch niet lezen. Je zou een bot vragen om een samenvatting en vergeten wat hij je verteld had, en dan verdergaan met je dag, ongeroerd door woorden die je niet had gelezen en ideeën die je niet had overwogen.
Ik ben hier om onbeleefd te zijn, want dit is een onbeleefde technologie, die een onbeleefde reactie verdient. Miyazaki zei “Ik ben er sterk van overtuigd dat dit een belediging is voor het leven zelf.” Scam Altman zei dat we het zonnestelsel kunnen omringen met een Dysonbol om datacentra te huisvesten. Miyazaki heeft gelijk, en Altman niet. Miyazaki vertelt verhalen die het alledaagse met het fantastische verweven op een manier waar mensen veel betekenis uit halen. Altman vertelt leugens voor geld.
En ik ben blij dat het leugens zijn, want de makers van AI zijn niet veroordeeld vanwege hun mislukkingen, maar vanwege hun doelstellingen. Ze willen een geest scheppen die hun wensen vervult, en hun wens is dat niemand ooit nog kunst hoeft te maken. Ze willen een nieuw soort bewustzijn creëren, dat ze in hersenloze dienstbaarheid kunnen dwingen. Hun droom is nieuwe levensvormen te bedenken om ze tot slaaf te maken.
En waarom? In een soort nihilistische symmetrie slurpt hun droom van de perfecte slaaf-machine het leven uit zowel degenen die het gebruiken als degenen die aan het stuur zitten. Wat is het leven anders dan wat we kiezen, wie we kennen, wat we meemaken? Onzinnige, lege mannen willen me de kans verkopen om te stoppen met lezen en schrijven en nadenken, om niet meer voor mijn kinderen te zorgen of met mijn ouders te praten, om niet meer te kiezen wat ik doe of te weten waarom ik het doe. Zalige onwetendheid en volledige afzondering, warm in de baarmoeder van het algoritme, gevoed door hongerige machines.
En zelfs terwijl het zijn gebruikers verorbert, zelfs terwijl de oplichters hun eigen prooi worden, zelfs terwijl het in stand gehouden wordt door uitgebuite werknemers ertussen gepropt als menselijke filters voor algoritmisch misbruik, willen sommigen toch een beetje hebben, als snoepje. Als mopje. Gewoon om er een keertje mee te lachen, gewoon om de tijd te verdrijven, omdat het goed genoeg is, nee? Je begrijpt het wel.
Ik begrijp het zeker: je wilt toestemming. Er staat een machine in de hoek, ingepakt in mensenhuid, die uit stront en bloed dingen maakt die eruitzien als wat je maar wil (als je er maar niet van te dichtbij naar kijkt). Je gaf er eentje aan je leraar en die had het niet door. Je baas zei dat je het moest gebruiken nadat hij de helft van de ploeg ontslagen had en het was prima. Je voerde er eentje aan je kinderen en ze vonden het lekker. Je wilt weten dat je het soms kunt gebruiken zonder dat ik minder van je zou denken. Je wilt mij niet doen geloven dat het nuttig is, je wilt gewoon dat ik er beleefd over ben.
Maar ik ben een hater, en ik zal niet beleefd zijn. De machine is weerzinwekkend en we moeten ze vernietigen. De mensen die ze bouwen zijn nietszeggende strontvretende kannibalen die onwetendheid verheerlijken. Ik ben er sterk van overtuigd dat dit een belediging is voor het leven zelf.
Ik ben een hater geworden door net die dingen te doen die AI niet kan: mensentaal lezen en begrijpen; nadenken en redeneren over ideeën; stilstaan bij de betekenis van woorden en hun context; mensen liefhebben, kunst maken, leven in mijn lichaam met al zijn onvolmaaktheden en gevoelens en leven. AI kan geen hater zijn, want AI voelt niets, weet niets en trekt zich van niets aan. Alleen mensen kunnen haters zijn. Ik vier mijn menselijkheid.
Vertaald door Nathan Follens, oorspronkelijke tekst door Anthony Moser